De vijand van het goede is het betere

November 21, 2018

Geen uitspraak van mezelf maar van een collega en toen hij de uitspraak deed, ging dit over een viool.

Het hield me al erg lang niet meer bezig, zoeken of zelfs geïnteresseerd zijn in een andere viool dan degene waar ik op speel, tot voor kort.

Normaal gaat het zo’n beetje als volgt. 

Je begint met viool spelen meestal als je nog zeer jong bent, rond de zes jaar. Als je op zo’n jonge leeftijd gaat vioolspelen dan zit je met een klein lichaam met bijbehorende armen en handjes. Violen zijn er dan ook in verschillende maten. Ik geloof dat het kleinste viooltje 1/16 is. Zelf ben ik begonnen op 1/8 viool. Ook dat is een heel klein instrumentje maar als je het moet leren vasthouden en bespelen dan begint dat na zo’n 5 minuten al aardig pijn te doen.

Met het groeien komt er een steeds grotere viool en ga je bijvoorbeeld van 1/8 naar 1/2 en van een 3/4 naar een hele viool en dan kan het feest gaan beginnen. Het financiële feest wel te verstaan want dat is waar dit stukje over gaat. 

Vaak is de vioolbouwer bij wie je je groeiviolen hebt gehuurd ook degene die je zal voorzien van die hele viool. Misschien dat er hier en daar een mooie viool in de familie zit waar je direct op kunt gaan spelen, maar als dit niet zo is dan moet je toch wat.

Je ouders maken een beslissing in hoeveel ze willen/kunnen uitgeven voor die viool. Dat kunnen ze dan misschien nog eens doen door met een financiële impuls te komen waardoor je een beter instrument kunt kopen met inruil van je oude instrument, maar het houdt eens op, dan ben je zelf aan zet.

Laat ik op deze plek even uitleggen wat een goede viool voor je doet. 

In eerste instantie ben je bezig met het aanleren van je viooltechniek. Je vingers van je linkerhand alle noten te leren spelen in alle toonsoorten en variaties hierop. Dit gaat overigens gelijk op met het leren vasthouden van je stok met je rechterhand, en de vingers van die hand, pols en arm zoveel mogelijk streektechniek aanleren. 

Dit alles gaat gepaard met klank. Het is hoorbaar wat je doet en dat is ook goed want je oren moeten dit proces controleren. Uiteindelijk wil je een zo mooi mogelijk klankresultaat proberen te krijgen, en daar komt de kwaliteit van je viool (en stok) bij om de hoek kijken.

Het gaat sowieso altijd om veel geld wat je moet investeren in een mooi instrument. We hebben het over duizenden euro’s die al snel gaan naar de tienduizenden euro’s of zelfs nog meer. Ik ken mensen die in de tijd dat huizen een overwaarde begonnen te krijgen, hun hypotheek verhoogden om zo een heel goed instrument te kunnen kopen. 

Die duizenden euro’s voor dat instrument zijn ook echt nodig. Jij groeit namelijk niet meer door in het verfijnen van je techniek en muzikaliteit als je aan de eindstreep zit van de kwaliteit van je instrument. Als jouw instrument niet meer verfijning te bieden heeft, blijft het modderen rondom een bepaald niveau van je vioolspel. Een subtiel gegeven, dat zeker.

Voor mij was de doorgroei in de oude instrumenten niet meer financieel haalbaar.

Ik was weer eens toe aan de volgende stap en ben weer instrumenten gaan uitproberen. Je gaat naar een vioolbouwer/handelaar, zegt wat je wilt en hij legt wat instrumenten voor je klaar. Die bespeel je dan even kort om een indruk te krijgen of het is waar je naar op zoek bent. Om dit in woorden te vatten, daar kun je een lang verhaal van maken maar je oren en jij weten dit snel. De keus tussen die instrumenten kun je dan ook redelijk snel bepalen.

Als er tussen die instrumenten ‘niets’ zit dan komt er een volgende lichting en vaak zit daar ook zo’n viool bij waar de vioolbouwer weer wat gelukkiger van wordt. Hij ligt meestal net buiten je bereik maar is kwalitatief een stuk beter en datgene wat voor jou de volgende stap zou zijn. 

Als je dan een viool hebt uitgekozen mag je deze vaak enige tijd op zicht proberen zodat je ermee aan het werk kunt. Je gaat op het instrument studeren en kijken wat je eruit kunt halen, in meerdere situaties spelen op het instrument en bepalen of het wat voor je is, of het jouw volgende instrument is.

Dit bracht mij bij die viool die buiten mijn bereik lag. Ik kreeg het geld hiervoor niet bij elkaar met dat ik nog studeerde en niets verdiende en mijn ouders het ook welletjes met me vonden. Het ging hierbij over een viool van fl 20.000,-. Ik heb met pijn in mijn ziel afscheid genomen van die viool en heb mijn koers veranderd. Op dat moment heb ik de deur dicht getrokken naar oude instrumenten.

Ik ben gaan zoeken binnen de nieuwbouw van violen. Weer een heel ander verhaal want je kunt wel een viool proberen maar de viool die voor jou gebouwd moet worden, daar moet je nog maar van afwachten hoe die zal gaan klinken. Als het een vioolbouwer is die een goede naam heeft, dan heeft hij een wachtlijst. Het bouwen van een viool duurt al snel twee maanden en elk stukje hout is toch weer anders. Het in model brengen van een boven- of onderblad gaat met heel kleine schaafjes en we hebben het over tiende millimeters die trillingen moeten omzetten in klank, en eraf is eraf.

Uiteindelijk heeft me dit bij de viool gebracht waar ik nu nog op speel. Een viool gebouwd naar het model van een Stradivari en mij bevalt hij goed. Hij is helder van klank en draagt daardoor ver, een mooie viool vind ik. Hier heb ik sinds ’92 op gespeeld in de orkesten waar ik heb gewerkt. Het was goed zo en ik ben niet meer verder gegaan in het vioolproces.

Tot niet al te lang geleden het gesprek weer eens op oude violen kwam en een collega me vertelde over een viool die te koop is. Ze liet me ook haar viool zien, een viool uit de Amati-school waar ik ook even op heb gespeeld. 

Een feest is dat om zoiets weer eens in je handen te hebben. Geoefende vingers en oren die weten wat ze met zo’n instrument moeten doen en het klinkt misschien raar, maar dat doet tevens pijn. Pijn omdat je met de kwaliteit van dat prachtig verouderde instrument een plek in je muzikale ziel weet te bereiken die je met je eigen viool niet kunt bereiken en dat dit oude instrument buiten je bereik ligt.

Wel kwam ze met een alternatief. Ook een nieuwbouw instrument maar gebouwd naar een Guarneri model en precies nagebouwd naar de Guarneri van Emmy Verhey. Het instrument is ook voor haar gemaakt voor als ze eens niet op haar oude Italiaan kon spelen. Daarna is het instrument het eigendom geworden van een goede viooldocent die enige tijd geleden is overleden. De man heeft in alle jury’s gezeten van mijn tentamens en examen aan het conservatorium in Amsterdam en was daarmee geen onbekende voor me.

Ik heb de laatste dagen veel gespeeld om maar met die viool bezig te kunnen zijn, en te horen hoe het instrument en ikzelf me ontwikkelen.

Of ik de viool ga kopen? Ik zou wel willen maar dan moet ik toch eerst mijn eigen viool verkopen. 

We zullen zien en anders wordt het ook deze deur dicht trekken. Misschien wel voorgoed

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *