De oude eik

Een bastaardzoon van Prins Hendrik

Om twee dingen met elkaar te combineren ging ik lopend van mijn huis, statief op de rug, naar een locatie zo’n 5 km verderop waarbij ik een idee voor ogen had.
Prachtig weer en met de zeer bijzondere omstandigheden waarin de wereld op dit moment verkeert, zeer rustig op de weg.
Niet eerder was ik daar lopend naar toe gegaan, ik was benieuwd hoe me dit zou bevallen en hoe lang ik erover zou doen.

Drie kwartier later was ik op mijn bestemming, dat wil zeggen, het pad tussen twee plassen door wat leidt naar mijn bestemming.
Al snel werd duidelijk dat de speciale plek die ik voor ogen had niet de plek zou worden waar ik iets ging opnemen. Veel te donker en te klein.
Tevens viel me op dat met het huidige licht de ene plas zo ontzettend mooi donkerblauw eruit zag met het licht gele riet wat daar een scherp contrast bij was. Het maakte dat ik mijn locatie verplaatste naar een andere plek en daar foto’s van ging maken.
Hierbij kwam ik in contact met een langsfietsende man. Grote kerel, grijs, goed geknipt haar, stoer oranje jack met nauwsluitende jeans en hoge schoen eronder. In eerste instantie ging zijn aandacht uit naar de andere plas maar hij verlegde zijn aandacht naar mij en wat ik daar aan het doen was.
‘Welke kant fotografeer je op, vroeg hij, dan zorg ik dat ik niet door je beeld loop.’
Daarna kwam er een vluchtig gesprek op gang waarbij ik hem vertelde dat mijn eerst gekozen plek totaal niet aan mijn verwachting voldeed. Iets wat hij beaamde omdat hij de plek kent.
‘De andere kant van de plas vind ik nu veel mooier’, zei ik.
Dat vond hij ook en hij gaf me een plek verderop aan. Een open plek met een oude eikenboom. Hij vond dat de mooiste plek van het pad.
Ik bedankte hem en zei dat ik de plek zou opzoeken.
Na nog wat foto’s gemaakt te hebben pakte ik mijn spullen in en ging op zoek naar de plek die hij had genoemd.
Hoe ziet een eik er ook alweer uit in dit jaargetijde was iets wat ik me afvroeg al lopende. Nog voordat ik me zorgen erover kon maken dat ik de plek niet kon vinden, stond ik ineens voor de boom. Zeer herkenbaar een open plek en de oude eik.


De man had gelijk met dat het een mooie plek was en ik pakte mijn spullen weer uit en installeerde mijn statief.
Niet veel later kwam hij op de fiets weer mijn kant uit. Kennelijk was zijn rit toe aan de terugkeer.
Met een glimlach stopte hij, zette één voet op de grond en zei met een vrolijk gezicht: ‘ik zie dat je de plek hebt gevonden.’

Er ontstond een leuk gesprek tussen ons. Hij kwam uit de omgeving en wees me aan waar hij woonde. ‘Kijk, aan die kant van de plas, je kunt mijn huis net zien liggen. Het is geen kapitale villa hoor, gewoon een houten huis op een landtong maar wel een huis met een echt adres, geen zomerhuis.
Mijn droom is het om een huisje op de Veluwe te kopen maar dit huis doe ik nooit weg’, zei hij.
Hij was hier geboren en getogen. Zijn vader was een bastaardzoon van Prins Hendrik. ‘Ja, die had heel wat onwettige kinderen in deze omgeving zitten. Een stukje verderop woonde er zelfs een halfzusje van zijn vader. Dat was allemaal niet makkelijk in die tijd hoor. Mijn stiefvader is zelfs in deze plas verdronken’, waarbij hij weer wees op de ander plas.
‘Er komen rare tijden aan maar als er een gebrek aan eten komt dan kan ik alles uit mijn tuin eten.’
Hij wees op de grond en ging verder.
‘De mensen weten het niet maar ook langs dit pad is er zoveel wat je kunt eten. Kijk daar, dat jonge bramenblad. Dat kun je eten. Is heel lekker en smaakt naar noten. Kijk en daar, weegbree of hier Berenklauw.’
‘Berenklauw?’ zei ik. ‘ Dat geeft toch brandblaren?’
‘Ja, de grote maar niet dat kleine, jonge blad. Dat kun je gewoon eten. Als je alleen dit soort dingen eet, dan ligt het wel wat zwaar op je maag hoor, maar het is heerlijk om door je sla met een tomaatje te doen. Niks mis mee.’

‘Goh, wat weet je daar veel van, is het je werk, vroeg ik?’
Hij schoot in de lach.
‘Nee, ik ben botenbouwer. Ik bouw aluminium boten.’

We namen afscheid van elkaar en ik rondde mijn sessie daar af.
Later kwam ik hem nog eens tegen op een laatste locatie die ik aan het fotograferen was.
We lachten samen, hij zwaaide en fietste verder.

Wat een leuke ontmoeting was dat. Je bent op zoek naar het één en krijgt het ander erbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *