Ruben Hein, Marianne van den Heuvel

Je zet ze niet uit die oren

January 23, 2019

Als kind ben ik begonnen met het leren bespelen van een fluit, een sopranino fluit. Dat is de piccolo onder de blokfluiten. Vier jaar was ik toen, had een oplettende kleuterjuf wiens schuld het is dat muziek toen in mijn leven is gekomen. Haar schuld in combinatie met mijn goede geheugen wat haar was opgevallen en nog steeds aanwezig is. Een geheugen wat niet uitsluitend werkt voor muziek maar op allerlei gebieden. Persoonsherkenning of plaatsherkenning zijn er ook voorbeelden van en beide zeer praktisch.

Een sopranino heeft een hoge klank en mijn eerste fluit had ik binnen no-time vals geblazen. Het was een blokfluitje met de specificatie sopranino maar verder was het niets en de kwaliteit was navenant.

Omdat mijn progressie, met een gedreven moeder, dusdanig snel ging en mijn kleine motoriek, mijn vingertjes met een duivelse snelheid op die gaatjes liet neerkomen, werd er een kwaliteitsfluitje aangeschaft. Eén van ebbenhout, ik heb hem nog steeds, proef de smaak van het hout ook nog steeds.

Zuiver spelen op een blokfluit is eigenlijk een te verwaarlozen probleem, zeker als je het vergelijkt met datzelfde proberen te doen op een viool. Mijn oren hadden dus een voorsprong op mijn vingers toen ik overstapte naar de viool.

Het hele ontwikkelingsproces naar kunnen vioolspelen laat ik voor nu voor wat het is, maar af en toe spreek ik wel eens iemand die zich, als het gesprek hierop komt, afvraagt hoe je dat doet, je vinger op de juiste plek weten neer te zetten om een noot zuiver te kunnen pakken. Zeker met dat op een gitaar, die toch meer mensen eens in hun handen hebben gehad, je met fretten een duidelijke plaatsbepaling hebt voor de noten en daarmee je vingers.

Hoe doe je dat? Het antwoord is het makkelijkste gedeelte van de oplossing, studeren en nog eens studeren. Je kop gebruiken en onthouden waar je je vingers moet zetten. Bij al die verschillende noten. Studeren om te onthouden en te verfijnen met je oren als altijd aanwezige controleur. Zwartrijden is er niet bij, om het maar eens zo uit te drukken. Vals is vals en zuiver is iets anders. Dat is ook zo lekker aan muziek, het is goed of fout. Politiek correct spelen bestaat niet waardoor je jezelf ongebreideld op je falie kunt geven als je vals speelt. Geen gezeur over dat het ‘niet zo zuiver’ is. Nee hoor, het is gewoon vals. Vals, ook als niet in harmonie.

Muziek, akkoorden in harmonie met elkaar die daarmee een muzikaal verhaal neerzetten, dat is je basis, jarenlang. De basis ook om zuiver te spelen, zuiver en nog zuiverder. Eén van mijn viooldocenten vertelde me eens dat zuiver spelen niet objectief is. Iedereen heeft, afhankelijk van hoe hij op dat moment in de dag staat, zijn eigen subjectieve vorm van zuiver spelen. Zo kun je het de ene dag net iets hoger of lager benaderen dan een andere. Dat zijn uiterst kleine verschillen waarmee je nog steeds zuiver met een ander kunt samenspelen, maar die ander kan dat dan net als iets scherper (hoger neergezet) of juist doffer ervaren.

Het mooie van samen spelen is dat je naar elkaar luistert en je jouw manier van spelen aanpast zodat het samen kan gaan met wat die ander doet. Die ander doet dit overigens ook want die luistert ook om muzikaal te kunnen communiceren. Of zoals ik een collega van me laatst dit hoorde verwoorden: ‘ het is samen spelen en niet worstelen’. Dat vond ik mooi en het riep direct een harmonieus (daar heb je het woord weer) beeld bij me op.

Goh, dat zou toch zomaar iets kunnen zijn waar we in de maatschappij veel baat bij kunnen hebben, maar dat terzijde.

Waar ik ook kom of ben en waar ik muziek hoor, daar gaan automatisch mijn oren in de luisterstand. Bij een beest kun je dat zo mooi zien. Je ziet aan hem dat hij iets hoort omdat zijn oren ineens recht overeind gaan staan of zelfs naar achteren toe draaien. Dat lukt mij dan niet, maar tussen die oren gebeurt hetzelfde.

Vanmiddag kwam er een liedje langs waarin ik heb meegespeeld waarmee ik zeggen wil dat ik het dus goed ken. Een jazzy liedje, mooie akkoorden, mooi gearrangeerd, mooie tekst en mooi gezongen. Een goede opbouw en een liedje wat ik met gemak enkele keren achter elkaar kan horen met een flink volume. Goed gespeeld ook door mensen op het toppunt van hun kunnen. Alles kun je horen, er is diversiteit, alles is goed getimed en zuiver. Al die fracties van tiende secondes die een heel liedje lang precies op hun plek vallen en die oren, die geoefende oren, die kunnen dat hele verhaal met al die afzonderlijke stemmen volgen.

Op die momenten ben ik blij met mijn geoefende oren en het plezier wat ze me geven. Je hebt ze niet zomaar, die oren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *