Marianne van den Heuvel

Mijn zus

November 5, 2018

Ja, er is er nog één. Deze is vier jaar ouder en kan wel getypeerd worden als paradijsvogel. Ze is er één van extremen. Om je een voorbeeld te geven, zowel de alpha als bèta kant zijn in haar vertegenwoordigd waarmee ze drs. Frans is en ir. elektrotechniek. Als ik het goed bekijk dan ben ik eigenlijk het slapste aftreksel van wat er in mijn familie rondloopt. Ik ben dan ook trots op mijn zus dat ze zo in haar leven kan staan.

Op dit moment is er echter geen contact wat niet wil zeggen dat ze uit mijn gedachten is.

We zijn beide waterman, we zijn twee weken na elkaar jarig en ik weet niet of het daarom is, maar we kunnen binnen drie tellen de tranen van het lachen uit onze ogen laten rollen. Dat gaat dan over niets maar is onbedaarlijk. Niet altijd leuk voor omstanders, die er vaak niet begrijpend naar zitten te kijken en zich er ook niet aan kunnen onttrekken vanwege het volume waarmee mijn zus, en ik ook, kunnen lachen en als je de slappe lach hebt, dan lig je daar niet meer wakker van. Nee, dan kun je daardoor zelfs een overtreffende trap in je lol bereiken.

Ik sliep met haar op een slaapkamer en moest als jongere altijd eerder naar bed. Ik hoor het mijn moeder nog tegen haar zeggen als het haar bedtijd was: ‘ssst, je zusje slaapt’ wat al wil zeggen dat ik dus nog helemaal niet sliep.

Als zij dan in bed lag, de kamer donker was en mijn moeder weer beneden, dan kwam er vaak de vraag: ‘slaap je al?’.

Ze had natuurlijk haarfijn door dat ik dan nog niet sliep. Zachtjes begonnen we dan te kletsen en als we moesten lachen deden we dat onder de dekens. Als dit weer dat onbedaarlijke niveau wist te bereiken, dat zelfs ons lachen onder de dekens beneden werd gehoord, kwam mijn moeder naar boven om ons te manen tot stilte en dat we moesten slapen. 

Ook vond ze het leuk om met me te vechten. 

‘Hee Marjan, zullen we even vechten?’ en als ik dan nee zei was haar antwoord dat we dan dus juist gingen vechten. Er was geen ontkomen aan maar ze was niet opgewassen tegen mijn kleine handjes met soepele vingertjes die haar polsen dan weer wisten te bekrassen. ‘Die kuthandjes van jou’, riep ze dan waardoor ik weer vrij kon komen uit haar greep.

Zowel op de lagere als op de middelbare school hebben we twee gemeenschappelijk schooljaren gedeeld. Die van de lagere school heb ik niet zo goed meer in mijn herinnering. Die van de middelbare wel. Van Nederhorst naar Hilversum fietsen, 9,8 km heen en terug. Terug was meestal niet gemeenschappelijk.

Ik stond meestal al buiten te wachten als zij nog allerlei spullen aan het verzamelen was. ‘Schiet nou oh-hop. Ik ga hoooor’ riep ik dan.

Na zo’n 5 minuten fietsen begonnen we dan aan die Middenweg van vijf km. Je had er altijd tegenwind en als je mazzel had dan regende het niet. 

Mijn zus had de gewoonte om haar hand op mijn onderarm te leggen. Dat vond ze relaxt fietsen. Niet dat ik haar moest trekken, maar het was een beetje haar lodderige manier van op die fiets zitten en de tijd te doden totdat we op school waren.

Ik was echter niet altijd zo blij met dat handje. Dat irriteerde me soms omdat het ook wel zwaar begon te worden en dan schudde ik hem van mijn arm. Wat voor haar een teken was om het dan extra te doen. Dit spoorde mij dan weer aan om het op een racen te zetten en een flinke ruimte tussen haar en mij te scheppen. Ook zij had getrainde fietsbenen waarmee ze dan die ruimte weer dicht reed. Op die manier schoot die vijf kilometer Middenweg aardig op.

Het moet best een raar beeld zijn geweest om dit te zien, twee meisjes die achter elkaar aan racen met een naar voren hellend lichaam en elkaar proberen in te halen.

Het is ook wel eens zo geweest dat door het lachen onze sturen in elkaar haakten en we vielen. Op dat moment reed er ook nog net een bus langs. Gelukkig vielen we de berm in en viel de schade mee.

Er stond binnen no-time een vrouw met pleisters naast ons, die we ook wel nodig hadden. Nadat we weer op de fiets zaten om de reis voort te zetten moesten we enorm hierom lachen alsof die vrouw daar achter haar keukenraam rond schooltijd altijd met pleisters en een schaar in haar handen stond te wachten. Hoe kon ze zo snel bij ons zijn vroegen we ons af.

In onze studietijd, die we beiden in Amsterdam hadden, zijn we met onze partners gaan ‘risken’. Een gevaarlijk spel want het kan lang duren en het heeft je pas te pakken als je eens gewonnen hebt en dan ga je er echt voor. Dit heeft ons nachten gekost en met plezier. Dat de nachtbus niet meer reed en we besloten om dan nog maar een spelletje te doen om op die manier de ochtendbus te kunnen pakken.

Opeens was het contact op en kwam ik haar jaren later tegen bij ‘de wereld draait door’. Ik had daar met mijn orkest gespeeld en was mijn viool aan het inpakken toen ik hoorde:’ hee Marianne, ken je me nog?’. Dat was natuurlijk een overbodige vraag maar wel verrassend om te horen. Daar stond ze met haar man, mijn zwager. We spraken elkaar kort, maar ook af dat we binnenkort zouden bijkletsen.

Dit deden we in een restaurant in Amsterdam waar we geloof ik ook weer hinderlijk aanwezig voor veel klanten zijn geweest en elkaar steeds tot de orde moesten roepen. De verhalen die los kwamen waren zo hilarisch dat we niet konden stoppen met lachen. We waren de laatsten die het etablissement verlieten na het nodige te hebben omgezet. 

Het was eind december en ik vroeg haar wat ze ging doen met de kerst. 

‘Ik ga naar de Canarische Eilanden’ zei ze.

‘O, wat leuk. Wanneer vlieg je?’

‘Nee, we gaan met de auto.’

‘Hè?’

Dat is nog een hele heisa geworden met haar terugreis. Tijdens haar vakantie hadden ze het advies gekregen om via de Spaanse, Portugese en Franse kust terug te reiden, dat zou erg mooi zijn. Ze reed een sportauto met achterwielaandrijving en het was gaan sneeuwen in Frankrijk. Haar auto kwam keer op keer in een slip waar ze dan weer erg slecht uitkwam waardoor haar man de auto uit de slip moest duwen, ze met zijn deur open reed en hij maar moest zien hoe hij weer in de auto kwam omdat ze eenmaal uit de slip moest blijven rijden. Dit fenomeen heeft zich ettelijke keren herhaald.

Ze is hierdoor nog als vermist opgegeven op haar werk waardoor Interpol naar haar op zoek is gegaan. Zwaar overdreven vond ze dat.

Niet lang hierna werd het weer stil.

Rondom de negentigste verjaardag van onze moeder heb ik haar op de hoogte gesteld van de festiviteit die hierom ging plaatsvinden. Het contact werd weer hersteld en we spraken af om nu echt contact te houden.

We hebben weer enkele hilarische avonden gehad en kunnen genieten van hoe zij met haar man hun leven invullen.

Op de wachtlijst staan van enkele jaren om een kratje bier van Westvleterse afkomst te kunnen kopen. Extreem lange wandeltochten in de Franse bergen maken. Een sollicitatiebrief moeten schrijven om te kunnen eten in het Spaanse El Bulli om dan maar zelf te gaan koken met stikstof en super ingrediënten in huis te halen. Eten wat veel te veel voor hen alleen was waardoor ze het na het weekend mee naar kantoor nam en het personeel zich er tegoed aan kon doen. Die begonnen na enkele keren op vrijdag al te vragen wat ze dat weekend zou gaan maken. We hebben het weer enkele keren ochtend zien worden tot toch weer de klad erin kwam.

Mijn zus is er één van extremen, heeft een hart van goud, heeft een groot rechtvaardigheidsgevoel wat ze niet onder stoelen of banken steekt, heeft een sterke mening, is super eigenwijs en ik houd van haar. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *