Vindt u het ook zo druk?

Bent u bekend hier vroeg ze me toen ik haar lopend aan het passeren was. Ik was al op mijn terugweg, bezig het bos achter me te laten en de bewoonde wereld weer in te lopen.

Ondertussen weet ik beter wanneer het wat drukker is in het bos. Veel mensen rijden alleen, of met z’n tweeën in de auto naar deze ingang toe om daar hun hond(je) of zichzelf uit te laten. Dan staat het soms in een lange sliert auto’s vol bij de ingang. Dan weet ik al hoe laat het is. Dit is meestal in het weekend en in de middag. Door de week heen en vooral in de ochtend is dit een ander verhaal. De mensen van ‘kom, laten we eens lekker naar het bos gaan’, die zijn er dan niet.

Tijdens de eerste lockdown zag ik ineens mensen in het bos die ik daar nog nooit had gezien en sindsdien ook niet meer heb terug gezien. Ik zag ook ‘natuurliefhebbers’ met de fiets dwars door dat bos heenrijden naar een bankje wat ze misschien eerder was opgevallen. Daar zaten ze dan een boek te lezen. Ook die heb ik niet meer terug gezien, gelukkig.

Mijn wandeling verliep rustig. Ik was de enige in het bos ondanks dat ene pubermeisje wat op haar fiets op zo’n pad reed wat niet voor de fiets was bedacht. Bovendien niet lekker fietst met wortels die boven de grond uitsteken en veel modderige plassen ertussen. Gelukkig was ze in haar eentje en verdween ze snel uit mijn gedachten.

Ik genoot van het achteraf korte, droge moment waarin ik mijn wandeling kon maken en liet met een licht melancholiek gevoel het bos weer achter me toen ik die mevrouw voor me zag lopen.

Dat ze me aansprak in het voorbij lopen verbaasde me en ik dacht in eerste instantie aan een vergissing. Toen ze me vroeg of ik bekend was in deze buurt dacht ik nog dat ze misschien naar iets op zoek was, maar daar ging het helemaal niet om. Deze mevrouw zocht een klankbord en daar had ik me zojuist voor laten strikken alleen de staat waarin ik verkeerde weerkaatste niet de klank die zij wilde horen.

Haar vraag over of ik het ook zo druk vond in het bos verbaasde me enorm. Ik was namelijk niemand, op dat ene meisje na, tegen gekomen. Ik probeerde me voor te stellen dat zij misschien vanaf een andere kant het bos in was gekomen en het daar misschien wel druk was, dus mijn antwoord was nee.

Ze ging verder met dat we toch allemaal thuis moeten blijven en dat zij daar zoveel mensen zag dat ze erdoor ontsteld was. Ze had de BOA al geprobeerd te bellen maar daar had ze geen contact mee weten te krijgen. Ik begon nog verbaasder en was stiekem blij dat die BOA zijn telefoon niet had beantwoord.

Ik vroeg verder naar wat ze dan had meegemaakt en wat ze bedoelde. Zij ging verder op de door haar ingeslagen en zwaar geïrriteerde weg met dat we met zijn allen zijn opgelegd om thuis te werken en thuis te blijven. Ik snapte nog steeds niet waar ze dan die drukte was tegen gekomen dus vroeg daarop door. Er kwam een andere mevrouw ons tegemoet lopen en ik vroeg of ze dat dan ook te druk vond. ‘Nee dat niet maar al die mensen die in dat huis zijn, was haar antwoord. Waarom zijn die daar allemaal en wat voor een huis is dat?’. Ik was ook langs dat huis gekomen en weet dat er een interieur bedrijf onder anderen inzit voor het hogere segment. Ja, daar staan overdag, zeker in normale tijden, wat auto’s. Het is een enorm landhuis dus geen hutje-mutje daar binnen.

Ik begon te begrijpen dat ik hier met een voorstellingsvermogen te maken had van die mevrouw, ze was die mensen, die drukte waar ze het over had niet echt tegen gekomen. Ze zag ze voor zich in dat huis, bij elkaar terwijl zij thuis moest werken.

‘Maar u loopt hier nu toch ook en bent niet thuis’, gooide ik er maar eens in want ik had geen zin om mee te gaan in haar klaagzang. Ik deed er nog een schepje bovenop met dat we het nodig hebben om een frisse neus te halen en even buiten te zijn en dat als ze zich zo loopt te irriteren ze beter thuis had kunnen blijven, dat was dan gezonder voor haar geweest.

Ondertussen liepen we verder en hadden de uitgang van het bos bijna bereikt. Ik moest ergens ook wel een beetje lachen om dit gesprek en bleef naast haar lopen. Ze liet het gesprek over de drukte maar los want daarin zaten we niet op één lijn waarmee ze nog een ander lijntje uitgooide. Overigens een nog slechtere.

‘Ja, en wat er daar in Amerika gebeurt, dat is toch ook te verschrikkelijk voor woorden’, kwam er ineens uit haar mond. Ik kon mijn lachen bijna niet meer inhouden maar wilde haar niet belachelijk maken.
‘Mevrouw, dat is Amerika!’ ‘Het lijkt alsof wij als Nederlanders daar iets over te zeggen hebben, daar iets van moeten vinden want dat het continent, niet land, dan wel een andere koers zal gaan varen. Mevrouw, daar lachen ze zich dood om. Daar ligt geen Amerikaan wakker van over hoe ontstemd wij als Nederlander misschien zijn over wat er daar gebeurt. Het is bovendien ruim 7000 km verderop terwijl wij er hier al een zooitje van maken. Daar ga ik me echt niet druk om maken. Dat zoeken ze zelf maar lekker uit.’

‘Ik moet hier naar rechts’ zei ze.’ Wat een bijzondere wending van dit gesprek schoot me te binnen dat ‘rechts’ je naar huis gaat brengen maar zei het gelukkig niet. Ik wenste haar nog een prettige werkdag en was blij dat ik weer terug mocht naar mijn eigen beleving en mijn wandeling in vrede kon afmaken.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *