Jij

Vingertjesgedrag

Het thema schijnt ‘samen’ te zijn. Als ik de radio aanzet hoor ik het onder gezellig gebabbel voorbij komen. ‘We moeten het samen doen’. Ondertussen zie ik toch echt iets anders om me heen en is het beproefde format van de rampenfilm het horrorscenario van onze alledag geworden.

Gelukkig ligt het boodschappen doen meer niet dan wel op mijn pad en neemt Theo dit voor zijn rekening. Toch zijn er die gelegenheden dat ik mijn gangetje naar de supermarkt maak en daar krijg ik ‘samen’ keihard te verwerken.

Om voor een entree voor de supermarkt in aanmerking te komen is het meenemen van een winkelwagen verplicht. Tot zover is het dan even wennen maar je kunt naar binnen. Mensen doen hun uiterste, spastische best om zogenaamd zo goed mogelijk hieraan mee te werken. Eenmaal binnen gaat het oerwoud met navenante primitieve handelingen echter van start.

De aandacht gaat naar de producten en die kar, ach die kar, die staat mij daar goed achter mij, midden in het gangpad, is wat het lijkt hoe er gedacht wordt. Daar waar het winkelwagentje je als voorbehoedmiddel wordt verplicht is hij bij binnenkomst zo lek als een winkelwagentje want het blijft een onhandelbaar, slecht manoeuvrerend geval. Dus blijft hij staan daar waar er even een stapje naar links wordt gezet om dit te pakken en o, ja, dat staat net in dat dwarspad, daar is de kar niet voor nodig.

Een beetje heen en weer waaierend met je kar voor je om het eventueel jouw kant op wapperende virus net ver genoeg op afstand te houden, dat werkt ook niet want een supermarktpad is precies uitgerekend op 1.40m. In een supermarkt gaat het namelijk om producten en elke lege centimeter is er één te veel.

Boze blikken vergezeld gaand soms van gesis of belerende woorden van hoe jij je anders moet gedragen zijn tegenwoordig de vervangende woorden van het geflirt van vroeger.

Samen?

Om mijn lichaam en geest zoveel mogelijk op één lijn te houden probeer ik elke dag een wandeling te maken. Dit deed ik al ruim voordat dit bijzondere tijdperk begon en dat doe ik in mijn eentje. Ik doe dit zoveel mogelijk op de minst populaire tijden om dan ook maar zo min mogelijk mensen tegen te komen.
Vandaag was ik toch iets later en jawel een volgend tafereel speelde zich voor mijn ogen af met bijbehorend vingertjesgedrag.

Voor mij liepen twee dames. Leuk, gezellig met zijn tweeën een wandeling te maken en met de ‘verplichte’ anderhalve meter tussen hen zodat ze toch nog konden kletsen. Ik liep daar zo’n drie meter achter en werd ingehaald op ruime afstand door een man met een sneller looptempo. Hij liep tussen de twee dames door toen daar een joggende dame met o, zo leuk, r.u.m.a.g. shirt aan kwam hupsen vanwege een slechte sport-bh.
Met oordoppen in, pet op en rode blos op het bezweette gezicht riep zij ludiek en harder dan ze zonder oordoppen zou doen:’Ik zie nu vier op een rij, dat gaat zo niet lukken hè?’
Verder veranderde ze niets aan haar looprichting.

Ik vind die anderhalve meter prima hoor en probeer daar verder niet over na te denken met windsnelheid en wat al niet meer van invloed kan zijn op een wapperend virus, maar wat gaan mensen spastisch doen!

Samen? Ik vond het al een bijzondere uitspraak gezien je in je eentje veiliger bent. Hadden ze daar nou niet een andere leus voor kunnen bedenken?

De enigen die de leus letterlijk opvatten zijn jongeren. Die zie je inderdaad gezellig samen zijn.
Schijnt nou net dat niet de bedoeling te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *