Breskens Zeeland

Wiln je verzuupn of komn je je nest uut?

July 15, 2018

Onlangs heb ik de film ‘ Storm’ bekeken. Een film uit 2010 over de watersnoodramp in Zeeland uit 1953. Een film rond een romantisch thema met de ramp als achtergrond. Een film vol water, ondergelopen land en huizen. 8 jaar na de tweede wereldoorlog en dan alweer zo’n ramp moeten verwerken. Een tijd ook waarin er nog geen televisie was zodat je kon zien hoe erg het in andere delen van het land was en je op die manier op de hoogte kon blijven. 

Ik besloot mijn moeder te vragen hoe zij dit heeft beleefd als Zeeuwse wonende in Breskens. Ik moet dat tegenwoordig wel een beetje uitkienen omdat haar energie erg afneemt en het chronologisch vertellen van iets wat al zolang is geleden, veel energie van haar vraagt.

Ik vertelde haar over de film die ik had gezien en vroeg hoe dit in Breskens begon.

“We waren de avond ervoor bij een neef van je vader op bezoek om zijn verjaardag te vieren. Het was eind januari, op een zaterdagavond. Ik was drie maanden zwanger en rond een uur of 11 gingen we lopend terug naar huis. Het stormde erg en je vader zei, “kom maar achter me lopen, dan loop je wat uit de wind”.

“Op de kaai kwamen we een visser tegen die vroeg hoe laat het was. Nadat je vader hem de tijd had verteld zei de visser bezorgd, dat het dan nog 4 uur zou duren voordat de vloed op zijn hoogtepunt zou zijn, en hij liep verder.

Wij gingen naar huis en ons huis, een soort bungalow stond op het laagste punt van Breskens. Het huis van mijn vader stond dichtbij en net ietsje hoger, maar thuisgekomen gingen we naar bed en vielen in slaap”.

“Was je niets bijzonders opgevallen aan de storm? Was er misschien een voorbode van dat het wel eens heel erg kon worden?”

“Nee, hoor. Het stormde wel eens meer. Je denkt er toch niet aan dat er een dijkdoorbraak komt? We woonden praktisch op het strand en dat stukje duin wat er tussen lag, dat was maar een  klein dijkje.

Op een gegeven moment werd er hard op de deur gebonsd en riep iemand: “Wiln je verzuupn of komn je je nest uut?”. Ja zo grof werd dat gezegd toen.

Ik zette mijn voeten op de grond en die stonden in het water. Ik maakte je vader wakker: “Jan, je moet eruit komen, het water staat tot aan het bed!”

Je vader zijn beenprothese (mijn vader is een onderbeen kwijt geraakt met een ongeluk op een schip) was omgevallen en zat ook vol met water. Trek hem toch maar snel aan, zei ik tegen hem.

Hij nam me op zijn rug en bracht me naar mijn vaders huis. Daar hielp mijn vader me omhoog naar een droog bed.

“Zorg maar dat je het snel warm krijgt want anders krijgen we hier nog een miskraam ook”, zei hij tegen me”. 

“Dat was koud hoor, dat zeewater in januari/februari, en dan zwanger zijn, dat was geen pretje.”

“Ja, en toen? Hoe zag de volgende dag eruit?”, vroeg ik.

“Nou, de springvloed was voorbij en het water was gezakt. Het huis van mijn vader was weer watervrij en dat van ons ook. Je vader besloot naar de kaai te gaan om te kijken hoe het er daar uitzag. De schepen die eerst aan de ene kant van de kaai lagen waren door dat water over de dijk heengezet en stonden nu op de straat. Dat zag er raar uit hoor! Ja, en met dat water wat je woning weer uit is blijft er een hele hoop achter. Een zooitje was het, dus ik kon gaan schoonmaken.”

“En dat was het voor Breskens?”

“Ja, eigenlijk wel. In de dorpsstraat stond er maar een klein laagje water en dat ook nog maar alleen aan het begin. Het stelde verder niet zoveel voor. Uitgerekend ons huis stond op het laagste plekje, in een soort put en daar is die dijk bezweken.”

“Hoe heb je toen gehoord hoe het voor de rest met Zeeland was gesteld?”

“Nou, televisie was er nog niet, dus we luisterden naar de radio. Je kon je geen voorstelling maken van al die mensen die waren verdronken. We hoorden over Tholen en het was allemaal te erg om te bevatten. Ook Vlissingen was zwaar getroffen en mijn oudste broer had daar zijn slagerij. Daar was het water gestegen tot onder de nok van zijn huis. Ze konden voor die tijd gelukkig vanuit het slaapkamerraam in een voorbijvarend bootje stappen. Maar ja, al dat vlees, dat kon hij weggooien daarna, en zijn winkel en woning waren ook een puinhoop.”

“Kwam er financiële hulp vanuit de regering hiervoor?”

“Ach weet je, dat kwam er wel, maar de mensen met de grootste mond, die wisten het meeste hiervan te krijgen. Het is precies zo als met alle rampen over de hele wereld, het geld komt meestal niet op die plekken waar het het hardst nodig is. We hadden net de oorlog gehad en Breskens was zwaar gebombardeerd. Mensen zijn zoveel kwijt geraakt door die oorlog, dus dit er nog eens overheen, dat was een zware klap.

Luctor et Emergo, de wapenspreuk van de Zeeuw.

“Ik worstel en kom boven.”

Zware tijden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *